Oude examens havo vwo                 

 Uitgewerkte voorbeeldsamenvattingen HAVO/VWO:

Vvoorbeeldsamenvatting van proef cse 2000-5havo.doc
Voorbeeldsamenvatting en uitleg HAVO 2008 Tijdvak 2
Voorbeeldsamenvatting en uitleg HAVO 2007 Tijdvak 1
v
oorbeeldsamenvatting en uitleg Havo 2006 Tijdvak.1  Idem wordversie
Voorbeeldsamenvatting en uitleg Havo 2005 Tijdvak 2
Voorbeeldsamenvatting en uitleg HAVO 2003 Tijdvak 2
Voorbeeldsamenvatting en uitleg VWO 2003  Tijdvak 2

Voorbeeldsamenvatting en uitleg HAVO 2002 Tijdvak 2


Oude examens havo Nederlands         Oude examens vwo Nederlands
2010 havo tijdvak 1
Opgave
Tekstboekje
correctievoorschrift

2009 havo tijdvak 1
Opgave
Tekstboekje
correctievoorschrift

2008 havo tijdvak 1
Opgave
Tekstboekje
correctievoorschrift

2007 havo tijdvak 1
Opgave
Tekstboekje
correctievoorschrift

2006 havo tijdvak 1
Opgave
Tekstboekje
correctievoorschrift

2005
 havo tijdvak 1
Opgave
Tekstboekje
correctievoorschrift

2004
 havo tijdvak 1
Opgave
Tekstboekje
correctievoorschrift

2003
 havo tijdvak 1
Opgave
Tekstboekje
correctievoorschrift

2002
 havo tijdvak 1
Opgave
Tekstboekje
correctievoorschrift

2001
 havo tijdvak 1
Opgave
Tekstboekje
correctievoorschrift

2000
 havo tijdvak 1
Opgave
Tekstboekje
correctievoorschrift

2010  havo tijdvak 2
Opgave
Tekstboekje
correctievoorschrift

2009  havo tijdvak 2
Opgave
Tekstboekje
correctievoorschrift


2008  havo tijdvak 2

Opgave
Tekstboekje
correctievoorschrift

2007  havo tijdvak 2
Opgave
Tekstboekje
correctievoorschrift


2006  havo tijdvak 2

Opgave
Tekstboekje
correctievoorschrift

2005
 havo tijdvak 2
Opgave
Tekstboekje
correctievoorschrift

2004
 havo tijdvak 2
Opgave
Tekstboekje
correctievoorschrift

2003
 havo tijdvak 2
Opgave
Tekstboekje
correctievoorschrift

2002
 havo tijdvak 2
Opgave
Tekstboekje
correctievoorschrift

2001
 havo tijdvak 2
Opgave
Tekstboekje
correctievoorschrift

2000
 havo tijdvak 2
Opgave
Tekstboekje
correctievoorschrift

2010 vwo tijdvak 1
Opgave
Tekstboekje
Correctievoorschrift

2009 vwo tijdvak 1
Opgave
Tekstboekje
Correctievoorschrift

2008 vwo tijdvak 1
Opgave
Tekstboekje
Correctievoorschrift

2007 vwo tijdvak 1
Opgave
Tekstboekje
Correctievoorschrift

2006 vwo tijdvak 1

Opgave
Tekstboekje
Correctievoorschrift

2005
vwo tijdvak 1
Opgave
Tekstboekje
correctievoorschrift

2004
vwo tijdvak 1
Opgave
Tekstboekje
correctievoorschrift

2003
vwo tijdvak 1
Opgave
Tekstboekje
correctievoorschrift

2002
vwo tijdvak 1
Opgave
Tekstboekje
correctievoorschrift

2001
vwo tijdvak 1
Opgave
Tekstboekje
correctievoorschrift

2010 vwo tijdvak 2
Opgave
Tekstboekje
Correctievoorschrift

2009 vwo tijdvak 2
Opgave
Tekstboekje
Correctievoorschrift

2008 vwo tijdvak 2
Opgave
Tekstboekje
Correctievoorschrift

2007 vwo tijdvak 2
Opgave
Tekstboekje
Correctievoorschrift


2006 vwo tijdvak 2

Opgave
Tekstboekje
Correctievoorschrift

2005
vwo tijdvak 2
Opgave
Tekstboekje
correctievoorschrift

2004
vwo tijdvak 2
Opgave
Tekstboekje
correctievoorschrift

2003
vwo tijdvak 2
Opgave
Tekstboekje
correctievoorschrift

2002
vwo tijdvak 2
Opgave
Tekstboekje
correctievoorschrift

2001
vwo tijdvak 2
Opgave
Tekstboekje

correctievoorschrift


omzettingstabellen en normering
(BRON : CITO)


Welk cijfer krijg ik met mijn score?

 

Antwoord:
Als je weet welke score je ongeveer hebt gehaald, weet je nog niet welk cijfer je hebt. Voor het merendeel van de scores wordt het cijfer bepaald met behulp van de volgende formule:
Cijfer = 9 * S / L + N
Om het cijfer te bepalen zijn dus behalve de score (S) nog twee andere waarden belangrijk. Dat zijn de lengte van de scoreschaal (L) en de normeringsterm (N).
De normeringsterm (N) wordt na afloop van het examen door de CEVO vastgesteld. N is een getal tussen 0,0 en 2,0.
Een N van 1,0 duidt op een gemiddeld moeilijk examen. Bij een N van 1,0 heb je met de helft van het maximaal aantal te behalen punten precies een 5,5.
Een N van 2,0 is een soepele norm voor een relatief moeilijk examen. Een N van 0,0 is een strenge norm voor een relatief makkelijk examen.
Niet altijd worden alle scores exact volgens de bovenstaande formule bepaald. Voor de laagste en de hoogste scores kan van deze formule worden afgeweken.
Waarom dat zo is en hoe de score-cijfer-transformatie precies werkt vind je in de uitleg over de CEVO-methode.  Zie onderaan
De cijferbepaling luistert heel nauw. Om te voorkomen dat er verschillen ontstaan door afrondingsfouten is het volgende

http://examenbundel.roadside.nl/


havo

Omzettingstabel normering Nederlands, havo, eindexamen 1e tijdvak 2002

Omzettingstabel normering Nederlands, havo, eindexamen 2e tijdvak 2002

Omzettingstabel normering, Nederlands, havo, eindexamen 1e tijdvak, 2003

Omzettingstabel normering, Nederlands, havo, eindexamen 2e tijdvak, 2003

Omzettingstabel normering, Nederlands, havo, eindexamen 1e tijdvak, 2004

Omzettingstabel normering, Nederlands, havo, eindexamen 2e tijdvak, 2004

Omzettingstabel normering, Nederlands, havo, eindexamen 1e tijdvak, 2005

Omzettingstabel normering, Nederlands, havo, eindexamen 2e tijdvak, 2005

Omzettingstabel normering, Nederlands, havo, eindexamen 1e tijdvak, 2006

Omzettingstabel normering, Nederlands, havo, eindexamen 2e tijdvak, 2006

Omzettingstabel normering, Nederlands, havo, eindexamen 1e tijdvak, 2007

Omzettingstabel normering, Nederlands, havo, eindexamen 2e tijdvak, 2007

Omzettingstabel normering, Nederlands, havo, eindexamen 1e tijdvak, 2008

Omzettingstabel normering, Nederlands, havo, eindexamen 2e tijdvak, 2008

Omzettingstabel normering Nederlands, havo, eindexamen 1e tijdvak 2009 SCHATTING


VWO

Omzettingstabel normering, Nederlands, vwo, eindexamens 1e tijdvak 2002

Omzettingstabel normering, Nederlands, vwo, eindexamens 2e tijdvak 2002

Omzettingstabel normering, Nederlands, vwo, eindexamen 1e tijdvak, 2003

Omzettingstabel normering, Nederlands, vwo, eindexamen 2e tijdvak, 2003

Omzettingstabel normering, Nederlands, vwo, eindexamen 1e tijdvak, 2004

Omzettingstabel normering, Nederlands, vwo, eindexamen 2e tijdvak, 2004

Omzettingstabel normering, Nederlands, vwo, eindexamen 1e tijdvak, 2005

Omzettingstabel normering, Nederlands, vwo, eindexamen 2e tijdvak, 2005

Omzettingstabel normering, Nederlands, vwo, eindexamen 1e tijdvak, 2006

Omzettingstabel normering, Nederlands, vwo, eindexamen 2e tijdvak, 2006

Omzettingstabel normering, Nederlands, vwo, eindexamen 1e tijdvak, 2007

Omzettingstabel normering, Nederlands, vwo, eindexamen 2e tijdvak 2007

Omzettingstabel normering, Nederlands, vwo, eindexamen 1e tijdvak, 2008

Omzettingstabel normering, Nederlands, vwo, eindexamen 2e tijdvak 2008

 


uitleg over de CEVO-methode

Normering en schaallengte

1. Inleiding

Open vragen bij MVT: geen vaste schaal van 50 pt meer. Maar 100-schaal (90+10 pt vooraf) stuitte op bezwaren. Daarom: nieuw normeringssysteem dat tevens voor alle vakken kan gelden, ongeacht de lengte van de scoreschaal.
Voordeel: één uniforme methode voor alle examens.
Ingang: examenjaar 2000.

2. Vier uitgangspunten

 

 

3. Het normeringsvoorschrift

Het normeringsvoorschrift kent twee onderdelen:
 

 

3.1 De hoofdrelatie

De hoofdrelatie geeft aldus het examencijfer als functie van de score:

C = 9 * (S / L) + N (1)

In de figuur zijn deze grootheden te zien, waarbij voor N de waarde 1,0 is:
grafiek
C = het cijfer voor het centraal examen
S = de (zuivere) score
L = de lengte van de scoreschaal, zoals vastgelegd in het correctievoorschrift: de maximaal te behalen score
N = de normeringsterm, liggend tussen de waarden 0,0 en 2,0, vast te stellen door het CEVO-bestuur middels een normeringsbeslissing: (N Î {0,0; 0,1; ...1,9; 2,0})

Als een kandidaat de maximale score haalt, dus als S = L, dan krijgt die kandidaat als cijfer 9 * 1 + 1,0 = 10.
Als een kandidaat geen enkele score haalt, dus als S = 0, dan is het cijfer gelijk aan de normeringsterm, nl. 1.
Een score van 50% levert een 5,5 op, dus is juist voldoende.

In de volgende grafiek is de cesuur aangegeven: op dezelfde wijze is voor elke score af te lezen welk cijfer daarbij hoort.grafiek

3.2 De grensrelaties

Via de normeringsterm in de getoonde formule, kan de blauwe lijn in de grafiek omhoog en omlaag geschoven worden. Op deze manier kan bij examens, waarvan de moeilijkheidsgraad na afname van het examen wezenlijk anders blijkt te zijn dan tevoren was ingeschat, de omzetting van scores in cijfers aangepast worden.
Hieronder ziet u een examen dat bij nader inzien te moeilijk was. De Cevo heeft een N vastgesteld van meer dan 1, de lijn schuift omhoog, het cijfer van alle leerlingen wordt met enkele tienden verhoogd, de score die nodig is om een voldoende te behalen, ligt daardoor lager:
grafiek
Dit heeft echter als ongewenst gevolg dat het laagste cijfer niet 1 is en dat de hoogste cijfers boven het toegestane maximum van 10 uitkomen.
Iets dergelijks doet zich voor bij een examen dat achteraf te makkelijk blijkt te zijn geweest. Voor N wordt dan mogelijkerwijs een waarde tussen 0 en 1 vastgesteld:
grafiek
De ongewenste effecten zijn opnieuw met groene pijlen aangegeven:
Een leerling die de maximale score heeft behaald, zou hier toch geen 10 krijgen en de laagste cijfers zouden onder het toegestane minimum van 1 uitkomen.
In de volgende figuur zijn beide situaties weergegeven:
grafiek
De ongewenste effecten kunnen opgelost worden door de introductie van vier grensrelaties, die tezamen een parallellogram vormen. Deze is in de volgende figuur als het ware over de twee lijnen gelegd.
grafiek
Wanneer als eis wordt gesteld dat de lijn, die uiteindelijk de omzetting van scores in cijfers aangeeft nooit buiten het parallellogram mag komen, zijn alle ongewenste effecten opgelost. Dat is hier goed te zien: waar de hoofdrelatie buiten de aangegeven grenzen valt, wordt de desbetreffende grensrelatie van kracht.

grafiek
De richting van de grenslijnen

De keuze voor deze grensrelaties kennen een zekere logica. Dit kan het beste getoond worden door de omzettingsformule:
C = 9 * (S / L) + N
in een iets andere vorm te schrijven
C = N + S * (9 / L)
De factor 9 / L is hierin de richtingscoëfficiënt van de hoofdrelatie, hieronder als blauwe lijn te zien:
grafiek
Voor de grensrelaties zijn nu richtingscoëfficiënten gekozen die de helft danwel het dubbele zijn van die van de hoofdrelatie.
De lijnen 1 en 2 starten vanuit het punt (0,1):
(1) C = 1 + S * (9 / L) * 2
(2) C = 1 + S * (9 / L) * 0,5
De lijnen 3 en 4 worden berekend vanaf het punt (L,10): voor elk scorepunt onder de maximumscore (dus L-S) worden cijferpunten in mindering gebracht (vandaar 10-…) volgens deze formules:
(3) C = 10 – (L – S) * (9 / L) * 2
(4) C = 10 – (L – S) * (9 / L) * 0,5