REGELS WERKVERZORGING

 

Waarom zou je netjes moeten werken? Dat is niet alleen om het de leraar makkelijk te maken, maar vooral ook om er zelf zeker van te zijn dat je bij het leren van proefwerkstof over leesbare en correcte antwoorden beschikt. Chaos veroorzaakt ellende.

Werk dat je inlevert bij de docent, zoals een proefwerk of schriftelijk, moet in elk geval verzorgd zijn.

Waaraan moet je je houden?

  1. Schrijf netjes. En als je een motorische afwijking hebt: leesbaar. In geval van twijfel wordt wat onleesbaar is fout gerekend.
     
  2. Laat een regel open tussen alle (deel)antwoorden. (Maar niet tussen deelantwoorden als deze uit slechts één woord bestaan, zoals een rij woorden waarachter je een betekenis moet zetten)
     
  3. Schrijf alleen met blauwe of zwarte inkt. Niet met potlood. Niet met rood. Niet met oranje en sinaasappelgeur enz.
     
  4. Schrijf in het vakje met leerling niet alleen je voornaam maar ook je achternaam. Vul ook vak, datum, docent en klas in.
     
  5. Verbeteringen? Werk de fout weg met een verbeterstift (typex o.i.d.). Bij examens mag dat niet. Streep in dat geval de fout heel duidelijk door en schrijf het foute woord geheel opnieuw op. Werk dus niet op de basischoolmanier door een puntje voor en na het woord te schrijven.
     
  6. Afwijkingen van de volgorde van de vragen: geef dat duidelijk aan in de kantlijn.
     
  7. Laat tussen elk antwoord een regel open. De docent kan daar dan zijn opmerkingen kwijt.
     
  8. Bij alle vakken, dus niet alleen bij Nederlands, kan de docent letten op de juiste spelling en streept hij fouten aan. Als je voortdurend veel spelfouten maakt, kan de docent je opdragen het werk over te schrijven. Dat geldt ook wanneer je werk onleesbaar is.
     
  9. Bij meerkeuzevragen geef je altijd antwoord met hoofdletters: ABCD
     
  10. Huiswerk, aantekeningen en opdrachten maak je altijd in je schrift, multomap of werkboek, dus niet op losse blaadjes.
     
  11. Let ook op het uiterlijk van je schriften: de kaft moet eromheen zitten, je naam moet erop staan. Voornaam, achternaam, en klas. Als een schrift geen kaft meer heeft, moet je voor een nieuw schrift zorgen.
     
  12. Schrijf geen losse kregen, géén e-mail, sms- of msn-taal, maar gebruik volledige zinnen en let daarbij op hoofdletters en leestekens.
     
  13. Symbolen en tekens vermijd je in gewone schrijftaal. Het woordje 'is' schrijf je dus niet als '=', en het woordje 'dus' vervang je niet door -->