REGELS WERKVERZORGING
Waarom zou je netjes moeten werken? Dat is niet alleen om het de leraar makkelijk te
maken, maar vooral ook om er zelf zeker van te zijn dat je bij het leren van
proefwerkstof over leesbare en correcte antwoorden beschikt. Chaos veroorzaakt
ellende.
Werk dat je inlevert bij de docent, zoals een proefwerk of schriftelijk, moet
in elk geval verzorgd zijn.
Waaraan moet je je houden?
- Schrijf netjes. En als je een motorische afwijking hebt: leesbaar. In
geval van twijfel wordt wat onleesbaar is fout gerekend.
- Laat een regel open tussen alle (deel)antwoorden. (Maar niet tussen
deelantwoorden als deze uit slechts één woord bestaan, zoals een rij woorden
waarachter je een betekenis moet zetten)
- Schrijf alleen met blauwe of zwarte inkt. Niet
met potlood. Niet met rood. Niet met oranje en sinaasappelgeur enz.
- Schrijf in het vakje met leerling niet alleen je voornaam maar ook je
achternaam. Vul ook vak, datum, docent en klas in.
- Verbeteringen? Werk de fout weg met een verbeterstift (typex o.i.d.). Bij
examens mag dat niet. Streep in dat geval de fout heel duidelijk door en
schrijf het foute woord geheel opnieuw op. Werk dus niet op de
basischoolmanier door een puntje voor en na het woord te schrijven.
- Afwijkingen van de volgorde van de vragen: geef dat duidelijk aan in de
kantlijn.
- Laat tussen elk antwoord een regel open. De
docent kan daar dan zijn opmerkingen kwijt.
- Bij alle vakken, dus niet alleen bij
Nederlands, kan de docent letten op de juiste spelling en streept hij fouten
aan. Als je voortdurend veel spelfouten maakt, kan de docent je opdragen het
werk over te schrijven. Dat geldt ook wanneer je werk onleesbaar is.
- Bij meerkeuzevragen geef je altijd antwoord met
hoofdletters: ABCD
- Huiswerk, aantekeningen en opdrachten maak je
altijd in je schrift, multomap of werkboek, dus niet op losse blaadjes.
- Let ook op het uiterlijk van je schriften: de
kaft moet eromheen zitten, je naam moet erop staan. Voornaam, achternaam, en
klas. Als een schrift geen kaft meer heeft, moet je voor een nieuw schrift
zorgen.
- Schrijf geen losse kregen, géén e-mail, sms- of
msn-taal, maar gebruik volledige zinnen en let daarbij op hoofdletters en
leestekens.
- Symbolen en tekens vermijd je in gewone
schrijftaal. Het woordje 'is' schrijf je dus niet als '=', en het woordje 'dus'
vervang je niet door -->