contextfout, woordkeus (foutieve-)
De woordkeus in geschreven en mondelinge taal gaat soms verkeerd, zeker wanneer die keuze gedaan moet worden uit woorden en uitdrukkingen die op elkaar lijken, maar waarvan het gebruik afhangt van de context, het zinsverband. Er bestaan in het Nederlands behoorlijk veel woorden en uitdrukkingen die in vorm en betekenis op elkaar lijken, maar waarvan het gebruik afhangt van het zinsverband. (= de context)

Enige voorbeelden:

indertijd-destijds (indertijd verwijst naar een verleden tijd die niet precies is bepaald, 'vroeger'; destijds verwijst naar een bepaalde tijd in het verleden.)
- Indertijd werden de mensen gemiddeld niet zo oud als heden ten dage.
- Ik heb de rellen in Amsterdam in 1966 niet meegemaakt; ik zat destijds in Frankrijk.

geregeld-regelmatig (geregeld: telkens terugkerend,vaak; regelmatig: telkens terugkerend op vaste tijden.)
- Deze leerling komt geregeld te laat op school.
- De patiënt klaagde over een onreglmatige hartslag.

omdat-doordat (omdat: geeft een reden aan; doordat: geeft een oorzaak aan.)
- Omdat ik geen zin had,ben ik niet naar het feest gegaan.
- Doordat mijn auto kapot was,kon ikniet naar het feest gaan.

opdat-zodat (opdat: geeft een doel aan; zodat: geeft een gevolg aan.)
- Hij liep hard, opdat hij de trein nog zou kunnen halen.
- Hij liep hard,zodat hij de trein nog makkelijk haalde.

integendeel-daarentegen (integendeel: het tegendeel is waar; daarentegen: echter.)
- Ik houd helemaal niet van toneel,integendeel,ik verafschuw het.
- Mijn zusje is dol op toneel; ik vind het daarentegen afschuwelijk.

mits-tenzij (mits: indien; tenzij: behalve wanneer.)
- Wij zijn bereid de artikelen te kopen,mits u ons een korting van 10 procent geeft.
- Wij zijn niet bereid de artikelen te kopen,tenzij u ons een korting van 10 procent geeft.

overtuigen-overreden (overtuigen: door argumenten laten zien dat iets aannemelijk is; overreden : door argumenten tot handelen aansporen of daarvan afhouden.)
- Je hebt me overtuigd van het belang van de zaak.
- Het kostte ons moeite hem te overreden zich er verder niet mee te bemoeien.

kennelijk-kenbaar (kennelijk: duidelijk merkbaar,zichtbaar; kenbaar : te kennen zijn door een bijzondere eigenschap.)
- Met kennelijk genoegen keek hij naar het televisieprogramma.
- Weet jij waaaraan een giraf vooral kenbaar is?

verantwoording-verantwoordelijkheid (verantwoording: rekenschap; verantwoordelijkheid: de taak, de plicht voor iemand te zorgen.)
- Hij weigert verantwoording van zijn daden af te leggen.
- Deze man wordt gekenmerkt door een totaal gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel.

niet het minst-niet in het minst (niet het minst: vooral, met name; niet in het minst: absoluut niet.)
- Het heengaan van dr. M. is een zware slag, niet het minst voor zijn groot gezin.
- De talrijke tegenslagen ontmoedigden hem niet in het minst.

overléggen-óverleggen (overléggen: beraadslagen; óverleggen: laten zien.)
- Het is verstandig eerst te overleggen,alvorens tot actie over te gaan.
- Hij weigerde de gevraagde documenten over te leggen aan de onderzoekscommissie.

rustig-gerust (rustig: kalm; gerust: vrijuit,zonder angst)
- Hij bleef rustig, terwijl zijn vrouw het nieuws ontsteld aanhoorde.
- Je kunt gerust voor je eigen mening uitkomen,niemand zal je dat kwalijk nemen.

zie ook dubbele ontkenning en litotes