dubbele ontkenning / litotes
De litotes is een stijlfiguur waarbij men een bepaald begrip uitdrukt door het tegenovergestelde begrip te ontkennen. Bijvoorbeeld: "Dat lijkt me geen onverstandig plan." (Dat is een goed plan). Meestal is een litotes tevens een understatement: Ik sta als supporter van Ajax niet te juichen als ik zie hoe mijn club door Philips in de pan wordt gehakt. De term litotes wordt behalve in de stijlleer ook wel gebruikt als de term om een stijlfout aan te geven. Het is dan beter te spreken van een dubbele ontkenning.

Naar: A. Pieete en C.J. De Heer, Incorrect Nederlands, Thieme, Zutphen, 1991:

Met een dubbele ontkenning bedoelen we het in één zin plaatsen van twee afzonderlijke woorden, die elke een negatieve betekenis hebben. In de alledaagse spreektaal, en heus niet uitsluitend in die van de minder ontwikkelden,  komt zij herhaaldelijk voor:

Het is maar de vraag of je dit soort zinnen fout moet rekenen. Wordt "nooit" nog wel als ontkenning gezien in de eerste voorbeeldzin, of is het eerder een soort versterkend woordje? Misschien kun je het zelfs beter een archaïsme noemen. Immers, in de Middeleeuwen was het gebruik van de dubbele ontkenning eerder gewoonte dan bijzonderheid en ook in de zeventiende eeuw en zelfs in huidige Vlaamse dialecten. Ook in het Twents zie je het terug: Dattum kan oe nie moaken.

Ook in het uit het Nederlands ontstane Afrikaans bestaat de dubbele ontkenning nog: Glo' toch Gertjie, ik zal nooit nie. Ook in het Frans is ze gehandhaafd in ne...pas en ne ...rien, ne jamais, ne...plus.
Een dubbele ontkenning kan ook ontstaan, wanneer een werkwoord dat op zichzelf een negatieve betekenis heeft, d.w.z.een ontkenning bevat (b.v. verbieden is niet toestaan), met een ontkennend woord gecombineerd wordt: Je moet hem verbieden, dat hij het niet doet. Dit type ontkenning wordt ook wel eens pleonasme genoemd, ook wel eens contaminatie. Met name in de spreektaal komt het voor, maar ook in de schrijftaal in langere zinnnen.

Voorbeelden:

Er zijn ook niet-werkwoorden die zul een negatieve bijbetekenis hebben. Bijvoorbeeld: evenmin, noch, geen, nooit, niemand, nergens. In combinatie met een ander ontkennend woord leiden ze tot dubblele ontkenningen:

Evenmin als zijn broer zal hij de studie, die hij zonder voldoende voorbereiding heeft aangevangen, niet kunnen volbrengen.

Er is ook een type van dubbele ontkenning, dat volkomen geoorloofd is. Dat is de z.g. litotes: het uitdrukken van een voorzichtige bevestiging door het ontkennen van het tegenovergestelde.

Hetzelfde is het geval bij de zin "Is dat nu niet een aardige verrassing?", die in de plaats staat van "Dat is nu een aardige verrassing." De twee voorafgaande zinnen houden een zekere provocatie in. De spreker biedt wat hij zeggen wil in de negatieve vorm aan om een positieve reactie van de luisteraar uit te lokken. Op die manier bereikt de spreker precies wat hij beoogt; de toegesprokene kan niet anders reageren dan met: "Ja, je hebt het al vaak gezegd" en "Dat is nu een aardige verrassing."

Vaak vraagt men zich af of een zin als "Hoe dikwijls heb ik je dat nou al niet gezegd!" die ogenschijnlijk in strijd is met de logica (want het is juist wèl gezegd!) als correct beschouwd mag worden. Maar correct is hij zeker. want men zegt het nu eenmaal zo in onze taal. We kunnen deze onlogische vorm overigens wel verklaren. Hier is een positieve mededeling, namelijk: Ik heb je dat al zo dikwijls gezegd, d.m.v. niet in een negatieve vorm gegoten. 

Ook bij de hierboven genoemde litotes is de zin negatief, maar de bedoeling positief. Omgekeerd kan ook een negatieve mededeling in positieve vorm worden gedaan: Noem je dat nou een aardige verrassing? De bedoeling is hier: Ik vind dat geen aardige verrassing.