woordvolgorde (foutieve-)
Zinsdelen die logisch of grammaticaal bij elkaar horen, mogen niet van elkaar gescheiden worden.
Fout zijn zinnen als:
- Aardappels houd ik niet van. (Van aardappels is een zinsdeel.)
- Alle Nederlanders gaan niet elk jaar op vakantie. (Niet alle Nederlanders is een zinsdeel)
- Iedereen doet bijna aan sport. (Bijna iedereen is een zinsdeel)
- De motor reed tegen een boom met een snelheid van 100 kilometer per uur. Met een snelheid van 100 kilometer per uur) staat hier hoogst onlogisch bij 'boom')
- Zaterdag a.s. zijn we van plan een groot feest te houden.(Moet zijn: We zijn van plan zaterdag a.s. een groot feest te houden.)